2 comments

    • Nicolas

      Halma, 295: Kruiwagen, protecteur, patron, intercesseur; hij heeft goede kruiwagens om hem in de waereld voort te helpen; hij zit op den kruiwagen, hij word tot staat en bediening gevorderd; Sewel, 423: Iemand kruijen, bevorderen; hij heeft goede kruijers (voorstanders) gehad; in O.K. 80: Kruiwagens, familierelatiën bezorgen naam en roem. De Friezen zeggen: op ‘t kroadsje sitte en sûnder kret lokt it net, zonder kruiwagen gelukt het niet; vgl. Molema, 229 a: kruikoar, kruiwagen (fig.); in Limburg kent men een schurgker hebben, een machtigen begunstiger hebben (vgl. Kil. schorch-karre, sax. sicamb. kruy-wagen); Waasch Idiot. 377 a: nen goeden kruiwagen hebben, een goeden beschermer; hij zit op uwen kruiwagen, hij is uw vriend; evenzoo bij Teirl. II, 191: op iemand zijne kurtewage meuge zitten, zijn vriend zijn; Villiers, 69.