Ik heb in mijn tijd in Rusland veel appartementen bezocht, op familie- en vriendenbezoek, met de obligate langwerpige doos bonbons (шоколадные конфеты), in zeven haasten gekocht in een kiosk (киоск), want in Rusland ga je nooit met lege handen op bezoek.

Ik heb dus ook voor heel wat deuren gestaan. Zo was de gewatteerde deur voor mij een eye-opener, net zoals de buiten- en binnendeur, verschillende bij ons onbekende methodes om de winterkou te weren.

De voorbije twintig jaar werd in Rusland elk nieuw of te renoveren appartement uitgerust met een ijzeren deur, voorzien van sloten met een combinatie aan onmogelijk na te maken sleutels en loodzware grendels. Legers lassers en slotenmakers moesten de Russische deuropeningen met vuurvast en vijf millimeter dik staal tegen de buitenwereld beschermen.

Die deuren spreken tot de verbeelding. Ze zijn een voor de hand liggende metafoor voor het hedendaagse Rusland, zoals de Engelse sprookjes waar kasten, deuren en konijnenpijpen naar een andere wereld leiden, of omgekeerd, zoals in Blauwbaard, naar een deur die je niet mag opendoen.

De deur is een grens, zoals in de middeleeuwen de toegangspoorten tot de burcht, met ijzeren roosters die konden worden neergelaten en dikke houten deuren die elke nacht werden vergrendeld. In hoeverre was het gevaar toen werkelijk of ingebeeld?

De deurenmarkt is een boomende sector in Rusland.

“Дверь по прозвищу зверь”, “Een beest van een deur”, is de slogan van één van de bekendste Russische fabrikanten van ijzeren deuren.

Achter de deur wacht het paradijs. Zware gordijnen voor de vensters moeten de grauwe koer (двор) met de her en der op de binnenkoer geparkeerde auto’s en grasloze plantsoentjes aan het zicht onttrekken.

Vanbinnen hebben de sovjetappartementen de voorbije twintig jaar een metamorfose ondergaan. De Joegoslavische en Tsjechische meubels, de obligate шкаф купэ die de hele muur in beslag nam en gevuld was met verzamelde werken van sovjetschrijvers en -leiders, collecties vazen van de plaatselijke keramiekfabriek en rijen lege bonbonverpakkingen, het identieke behang, sanitair, keukenmeubilair werden levenslang verbannen naar de datsja.

Aan de andere kant

Tegelijkertijd gingen de buitenkant van de huizen en de infrastructuur er echter op achteruit. De chroesjtsjovki, de woonblokken van vijf verdiepingen uit het Chroesjtsjov-tijdperk, waarmee de hele Sovjet-Unie is volgebouwd, staan op instorten, de betonnen panelen van de panelnye doma zijn gebarsten als de laag email op een oud porseleinen bord en wat vroeger moest doorgaan voor gezellige binnenkoertjes met een kinderspeelplaats, een zandbak, bankjes voor de ouderen van dagen, een boom en netjes verzorgde plantsoentjes en bloembakken, zijn nu chaotische, modderige en gevaarlijke parkeerplaatsen voor de miljoenen wagens waarmee het Russische wagenpark de voorbije jaren jaarlijks mee wordt aangevuld.

Dit groeiende contrast met het verval van de openbare ruimte en rust en het gevoel van controle in het eigen geprivatiseerde appartement verklaarde deze groeiende behoefte aan dikke ijzeren deuren, die de boze geesten van de straat buiten dienden te houden.

Buiten de deur is natuurlijk veel gebeurd in al die jaren: de val van de Sovjet-Unie, een aantal devaluaties van de roebel, pogingen tot staatsgreep, een nauwelijks afgewende burgeroorlog, machtsovername door een kliek oligarchen, een revanche door de KGB…

En nu het reveil, de slapende reus die wakker wordt, de zakkende olieprijzen (geen land waar de olieprijzen van zo nabij worden gevolgd, als Rusland) en de catastrofe die om de hoek schuilt.

Reden te meer om je te barricaderen achter je ijzeren deur, onder de tafel te kruipen en te hopen dat alles snel over zal zijn …